TopImage

Huidige kerk en toren

Van de laat-middeleeuwse kerken op Zuid-Beveland zijn de hallenkerken veruit in de minderheid; voorzover we weten zijn dit alleen de kerken in Waarde, Baarland en Wemeldinge. Deze vorm is nooit populair geweest op het eiland. Het enige voorbeeld dat in aanleg dateert uit de eerste helft van de 15e eeuw, staat in Waarde. Direct bij de bouw van de toren, ergens rond 1400, is rekening gehouden met een tweebeukig hallenschip. Een driebeukig schip ligt meer voor de hand, vandaar waarschijnlijk dat op de meeste plaatsen waar we over de kerk van Waarde lezen, een driebeukig gebouw wordt genoemd. Hiervoor is evenwel geen enkel bewijs voorhanden, niet op grond van betrouwbare schriftelijke bronnen, niet op grond van overgebleven kenmerken aan het huidige bouwwerk en ook niet op grond van archeologische vondsten. Tenslotte is het duidelijk dat de parochie Waarde altijd van een tamelijk bescheiden omvang gebleven is. Althans zodanig dat dit zeker geen motief voor een driebeukige kerk oplevert.

De kerk was gewijd aan een tweetal heiligen, de H. Maagd Maria en de H. Jacobus de Meerdere.

De toren geeft met zijn twee doorgangen, die oorspronkelijk zijn, alleen aanwijzingen voor twee beuken. Daarnaast verschaft de decoratie van de buitenzijde van de toren eveneens een aanwijzing in die richting. De natuursteenblokken in de steunberen zijn namelijk alleen daar aangebracht, waar de toren niet ingebouwd zou zijn in geval van een tweebeukig schip. De zuid- en oostzijde zijn tot de hoogte van de dakgoot van het schip niet van natuursteen, de noordkant is dat wel. De toren vertoont opmerkelijke bijzonderheden. Ten eerste heeft hij een opvallend kleine ingangspartij. De deur en het raam zijn wel samen in één nis geplaatst, maar de deur is nauwelijks twee meter hoog en minder dan een meter breed. Het bovenliggende raam is van bijbehorende kleine afmetingen. Dit moet haast betekenen dat de toreningang niet als hoofdingang van de kerk heeft gediend. De zuidelijke beuk heeft wellicht altijd in de westgevel een brede toegang gehad. Het ligt voor de hand dat de zuidelijke beuk dan ook als hoofdruimte dienst heeft gedaan. Het torenportaal kwam hiermee op het tweede plan te staan en hoefde dus ook niet zo grootte zijn.

Toren

Ten tweede telt de romp maar twee geledingen, hoewel de steunberen vier keer zijn versneden. De geledingen en de versnijdingen van de steunberen zijn geheel onafhankelijk van elkaar ingedeeld, iets dat ongebruikelijk is.

Een derde eigenschap is dat deze toren vanaf het begin is gebouwd voor een tweebeukig hallenschip. Daartoe zijn geprofileerde doorgangen gemaakt in de oost- en zuidwand, vreemd genoeg niet in het midden van de wand, maar beide tegen de zuidoosthoek. Vanwege deze verzwakking van de torenwand rond deze hoek zijn de twee steunberen in die hoek zwaarder dan de overige steunberen. (Op de begane grond plm. 120 cm breed, tegen de overige plm. 100 cm breed.) Er is dus bij de torenbouw duidelijk van het begin af met de vorm van de kerk rekening gehouden. Deze asymmetrische opbouw van de toren heeft tot gevolg dat de afwerking van de bovenkant enigszins rommelig aandoet. Daar komt bij dat er duidelijk is geknoeid met de bekroning. Zo is de lege ruimte tussen galmgaten en trans onverklaarbaar.

Een mogelijke verklaring voor de vele onregelmatigheden van de toren kan zijn dat er blijkbaar in 1427 nogal wat herstellingen hebben plaatsgehad. In dat jaar worden er namelijk aflaten beloofd voor wie een bijdrage geeft ten gunste van het herstel van de kerk. De natuurstenen decoratie van de toren doet vermoeden dat de werkzaamheden omstreeks 1427 grotendeels verantwoordelijk zijn voor het huidige uiterlijk van de toren. Aan de noordzijde bevindt zich aan de buitenzijde van het torenlichaam een rond gemetseld traptorentje met gemetselde spits en -vreemd aandoend- kantelen.

Zes jaar nadat met de komst van ds. Guilhelmus Kamerlink de hervorming in Waarde officieel zijn intrede had gedaan, werd de kerk verwoest. Blikseminslag was op 10 april 1589 de oorzaak van een grote brand. Van de kerk werd de zuidelijke beuk als waarschijnlijk het minst beschadigde deel, weer opgebouwd en verder voor de gereformeerde eredienst gebruikt. Deze ruimte zal in die periode voor de omvang van de gemeente ook zeker ruim voldoende geweest zijn. Een reden temeer om niet te trachten de totale kerk weer te herstellen. De witte zandstenen zuilen, die vôôr de brand de scheibogen tussen de beide beuken ondersteunden, zijn bij de herbouw opgenomen in de noordwand van de zuidbeuk. Ze geven aan de buitenzijde deze wand een apart aanzien en vormen een goede herinnering aan vroeger tijden. Van de oorspronkelijke kapitelen van de zuilen is nog nauwelijks iets terug te vinden.

Tegen de zuidwand is een dwarskapel gebouwd, die als consistorie dienst doet. Verder bevindt zich hier een aangebouwde grafkapel. Of er in de oorspronkelijke opzet ook sprake geweest is van een noordelijke dwarskapel is niet duidelijk.

<< Vorige - Volgende >>