TopImage

In de loop der eeuwen heeft de kerk van Waarde vele aangestelden en vele dienaren gehad. De geschiedschrijving vanaf 1405 laat ons weten wie dat zijn geweest.

Line

1405 - 1572

1583-heden

Line

Naast onze kerk, die opgedragen werd aan de Heilige Maria en de Heilige Jacobus de Meerdere, werden in het Waardse gebied nog een tweetal kleine kapellen gebouwd. Eén onder Gawege en één ongeveer tussen de huidige Middenweg en de Puthoekseweg. Verschilllende namen van geestelijken die verbonden zijn geweest aan de kerk en de kapellen zij nog bekend. Hun namen zijn afkomstig uit het "Register op de parochien, altaren, vicarieen, en de bedienaars". Zoals die voorkomen in in de Middeleeuwse rekeningen van "den officiaal de Aartsdiakens van den Utrechtse Dom". De oorspronkelijke teksten zijn uit het Latijn vertaald. Zij waren niet meer geheel duidelijk, zodat de vertaling er van niet geheel weergegeven kan worden.

Kerk van de Heilige Maagd Maria te Waarde:

1405-1406

Willem Olmersz. mag afwezig zijn de kerk van Waarde, 3 schilden, en laat zijn ambt waarnemen door een ander.

   

1419-1420

Adriaan Willemsz. mag afwezig zijn de kerk van Weerde.  

   

1479-1480

Aanstelling van van Mr. Mattheus de Quicke, gepraesenteerd voor de  kerk van Weerde, openstaande door de dood van Mr. Judocus (= Jood) van Pudenbroeck (Puijenbroeck?), laatste bezitter, 6 schilden. 9 juni, Mattheus de Quicke is er geen pastoor geworden, maar het ambt wordt van rechtswege toegekend aan Jan Cornelisz. Everbout. Hij betaalt slechts 3 schilden ; omdat Waarde in dezelfde maand (juni) open kwam te staan en bovengenoemde institutie geen effect gesorteerd heeft (26 juni).

   

1492-1493 

Aanstelling van Adriaan van M.(ullaard?) aan de kerk van Weerde,  openstaande na de vrijwillige afstand van Jan Cool­brant   Jansz.   (Hamere?) en betaalt…   Donderdag na Cantate...(slecht te lezen)

   

1504-1505

Aanstelling van Mr. Angelinus van Brest, licentiaat in de wetten, aan de  Parochiekerk van Weerde, openstaande na de dood van Pieter Rottier. 16 schilden (hieruit blijkt dat de kerk van Waarde zeer bemiddeld was).  

   

1510-1511

Jan van Weerde (priester) krijgt vergunning om over bezit uit kerkelijk goed bij testament te beschikken. Hij is vice-cureijt (d.w.z. plaatsvervangend pastoor) in Werda (Waarde) en betaalt 1 schild, 12 stuivers.  

   

1540-1541

Proclamatie en institutie van Paulus Durvaert, priester van het Doornikse bisdom, voorgesteld voor de parochiekerk van Werda op Zuid-Beveland, openstaande na de dood van wijlen Jan de Hamere, laatste bezitter. Door een brief van de schout van Waarde deelde hij mede, dat de landen door inundatie zeer verslechterd waren, en daarom betaalde hij slechts 7 schilden.  

   

1545-1546

Proclamatie en institutie van Maerten Andriesz. van Poort-vliet, gepraesenteerd aan de parochiekerk van Weerde, open-staande na de dood van Paulus Durvaert, laatste bezitter, 9½ schild. 25 april.  

   

1547-1548

Proclamatie en institutie van Jan Dieriksz., priester, gepraesenteerd na de dood van Maerten van Poortvliet, laatste bezitter, omdat de kerk verarmd is, betaald hij slechts 12 gulden. 2 oktober.  

   

1549-1550

Proclamatie en institutie van Helling(ius) Cornelisz. aan de parochiekerk van de H. Maria te Weerde, openstaande na de vrijwillige afstand van Dierik van Capelle, laatste bezitter, 12 Carolusgulden. 2 april.  

   

1553-1554

Proclamatie voor Willem Dauwert, priester van het bisdom Luik, aan de parochiekerk van Waerde, openstaande na de dood van Hellingius Cornelisz., laatste bezitter. 5 juni. Zijn aanstelling 12 gulden. 29 juni

   

1564-1565

Willem Dhauwer van Gent, pastoor in Waerde mag 'n testament maken. 18 december.  

(Gawege?) Altaar van de H. Maria:

Kapel

1405-1406

Officiatie (ambtswaarneming) aan de Capellanie van de H. Maria in Weerde. Officiatie van Paul Huigen. (als boven). Officiatie van Egidius Theodrici (= Jilles Diericksz.). (als boven). (De eigenlijke kapelaan was dus een ander, die zich in ditjaar van 3 assistenten bediend heeft).

   

1409-1410

Officiatie van Jan Claijsz. aan de Kapellanie van de H. Maria in de kerk van Weerde. Officiatie van Egidius Theodrici. (zie 1405-1406). Aan de Capellanie, als boven.  

   

1445-1445

Officiatie van Jan Jacobsz., zijnde aan de Capellanie van de Maria in Weerde. Officiatie van Cornelisz. Huige, als boven. (zie 1405-1406).

   

1452-1453 

Officiatie van Jan Danielsz. aan de Capellanie etc. als boven door Pieter Jacobsz.  

   

1477-1478

 Institutie van Adriaen Willemsz. Rottier aan de Capellanie van de H. Maria in de kerk van Waerde, openstaande na de dood van Comelis Huigen, laaste bezitter, 4 schilden. 7 mei.  

   

1477-1478

Jan Doene gaat een kerkelijk geding aan tegen Diericksz. over 't bezit van de vicarie van de H. Maagd in de kerk van Weerde. Jan Doene wint het geding en betaalt daarvoor als leges 5 schilden, voor de institutie 3 schilden en 6 stuivers, te samen 8 schilden en 6 stuivers. 17 juli. (niet letterlijk vertaald).  

   

1504-1505

Institutie van Jan Cornelisz. aan de Capellanie van de H. Maagd Maria in de kerk van Weerde, openstaande door de dood van Cornelis Pier, 2 schilden en 6 stuivers.  

   

1514-1515

Proclamatie van Cleivard Jansz. aan de Capellanie van de H. Maagd Maria in de parochiekerk van Weerde, openstaande na de dood van Jan Doene. 

Proclamatie van Adriaen Maertensz. aan dezelfde Capellanie. 

   

1517-1518

Aanstelling van Cleivard Jansz. (als boven), openstaande na de dood van wijlen Jan Doene, laatste bezitter en door' t verlies van het geding door Adriaen Maertensz.  

   

1552-1553 

Proclamatie van Adriaen Leijs aan de vicarie, gevestigd op het altaar van de H. Maria in de parochiekerk van Waerde, openstaande na de dood van Jansz. Back, laatste bezitter.  

   

1553-1554

Proclamatie en institutie van Jan Jacobsz. Clericus van het diocees Utrecht aan de vicarie van het altaar van de 0. L. Vrouw in de parochiekerk van Waerde, openstaande na het ontslag of de vrijwillige afstand van Jacob Jansz. of Jobse.  

(Noordkapel van Waarde) Altaar van de H. Maagd Maria

1485-1486

Institutie van Cornelis Pietersz. Clericus (d.i. geen priester) na de vrijwillige afstand van Philippus Damer, laatste bezitter, 2 schilden en 6 stuivers. 1 juni.  

   

1544-1545 

De kerkelijke rechtbank doet een uitspraak in het voordeel van Jan Jansz. Odulfsz. aan de 0. L. Vrouw vicarie in de Noordkapelle in de parochie Waerde, openstaande na de dood of de vrijwillige afstand van ,,eerzame jongeman” Henric Cornelisz. Vermaer, laatste bezitter. En omdat de vicarie als het ware ten gronde is gericht en slechts 6 gemeten overzijn, welke nog bezet worden door de vader van genoemde jongeman Henric, 1½ jaar nadat bovengenoemde jongeman is overleden. 24 oktober. (gevolgen van de ramp van 1530-1532?).  

   

1557-1558 

Proclamatie en institutie van Marinus Bernaerdsz., priester aan de vicarie van de H. Maagd Maria in de Noordkapelle, onder de parochie Waerde, openstaande na de dood van Jan Jobse Janse Hoemaker, laatste bezitter, 5 Carolusguldens. 16 januari.  

   

1559-1560

Proclamatie van Jacobus Marinusz. (na de dood van Marinus Bernaerdsz.)  Zijn aanstelling, 5 gulden en 16 stuivers.

   

1568-1569

De rechter doet uitspraak in het voordeel van Sylvester van Campen, Clericus van het bisdom Utrecht en geeft de institutie aan hem over 't altaar in de Noordkapel wegens de vlucht of afzetting van Jacobus Marinus Maerlinck, die ketter is. Uit gunst niets, anders had hij 8 schilden moeten betalen.

   

1571-1572

Proclamatie en institutie van Anthonius Erasmusz. aan de vicarie van de H. Maagd Maria, in de Noordkapelle van Waarde, openstaande na de vrijwillige afstand van Sylvester van Campen, laatste bezitter, uit gunst behoeft hij slechts 2 schilden te betalen, anders 3 schilden.

Vicarie van Alle Heiligen:

1409-1410

Officiatie van Paulus Huijgen, aan de kapellanie van de H. Maria en alle heiligen in de kerk van Weerde.  

   

1419-1420

Officiatie van Nicolaes Jansz. (als boven).